© Rootsville.eu

Trombones à la Carte (B)
Jazz
CC La Ferme Rose - Ukkel
(09-06-2021)
report: Steven Kauffmann & photo credits: Anja Cleemput


info club: CC La Ferme Rose
info band:
Trombones à la Carte

© Rootsville 2021


La Ferme Rose in Ukkel is een fraai voorbeeld van wat overschiet van een schitterende vierkantshoeve uit het gezegende jaar 1281. Deze werd voor zover de toestand van de overblijfselen dit toelieten gerenoveerd op kosten van de gulle gevers bij monde van de familie Van Buuren (wijlen David en Alice Van Buuren) , Brusselse kunstmecenassen uit de 20ste eeuw. Het is binnen dit feërieke kader dat “Jazz à Uccle” al 8 seizoenen lang op de zolder en nu dus op het gras van de tuin in een organisatie van “Jazz4you” het meermaals uitgestelde “Trombones à la Carte” kon laten doorgaan op woensdag 9 juni. Het ging om een keure van de fine fleur aan trombonisten van het Brusselse Koninklijk Conservatorium onder auspiciën van professor Phil Abraham. Een pleiade van een 7tal klasbakken – nog in opleiding of reeds afgestudeerd en hun sporen bewezen, die zich, zonder uitzondering op een méér dan verdienstelijke wijze van hun taak kweten.

De trombonisten werden bij loting door het publiek samengezet in diverse constellaties, waarbinnen ze naar hartenlust en believen mochten improviseren, musiceren en ons dus verrassen met standards en ter plekke ontstane composities, heel spannend en origineel allemaal 😉 ! Zo konden de verschillende leden al dan niet nog in de klas van Professor Abraham samen musiceren, zoals in de eerste set bijvoorbeeld met een trio van de Waalse klasbak Timothé Le Maire (geboren te Huy op 12/11/1991), het amper 21-jarige pianowonder Mathieu Calzan, uit Bordeaux en de nog piepjonge doch fysiek en muzikaal al zeer imposante Hugo Dudziak, die excelleert op de trombone met zuigers. Zo traden de dame en heren afwisselend aan in diverse samenstellingen, en dit bleek een heel origineel en verfrissend concept.

Na het duo van de Parijse jonge schoonheid Alice Riberolles-Rivière op trombone met Mathieu Calzan, mocht er een heus quintet met eveneens Fransman Philippe Icard op contrabas en Pierre Floch on drums aantreden waarbij Duinkerkenaar Guillaume Delbarre,  zich met Julien-Aymeric Guilloux (die al musiceert sinds zijn 6de levensjaar!) en Constant Sajaloli (uit Rijsel) zich met elkaar mochten meten in een spervuur aan muzikale wisselwerkingen dat bijwijlen welhaast op muzikaal haast ongekende hoogten goed klonk!

De trombone is dan ook echt wel een prachtig klinkende schuiftrompet, met haast evenveel nuance en schakering als pakweg de klarinet. Zo perste Hugo Dudziak met veel schwung en vooral Swing de ene na de andere prachtige solo uit zijn instrument of nam hij afwisselend met zijn kompanen de lead voor zijn rekening, terwijl een bijzonder subtiel musicerende Mathieu Calzan gedenkwaardige lichte accentjes toevoegden vanuit zijn sublieme keyboardspel … vol van soulvolle interludia, om vervolgens weer heel harmonieus in duel te gaan met zijn gracieus en intens blazende vriendin en vrienden … tijdens de standard “Whisper Not” van de Amerikaanse tenorsaxofonist, componist en arrangeur Benny Golson.

Er was een heerlijk aanvoelende wisselwerking tussen the only girl and de boys, zonder partituur, deze jonge virtuozen kennen écht wel hun Pappenheimers en spreken als het ware doorheen hun instrument. Zo ook tijdens de classic “Blues in the Closet”, een werkstuk voor 3 trombones tegelijk, 1 contrabas en de heerlijk pulserende drums. Dit werd weldadig ingekleurd door drie heftig klinkende trombones, waarbij er niet gekeken werd op een solootje meer of minder, gedragen op het fundament van een elegant dobberende bas en op smaak gebracht door subtiel geroffel van timekeeper Pierre Floch !

Doorheen heel de avond was er trouwens een glansrol weggelegd voor de weergaloze contrabassist, bassmonster from the South of France, Monsieur Philippe Icard de Montpellier City. Tijdens het laatste quintet van de eerste set, ging het er iets frenetieker en complexer aan toe, daarna was er weer meer plaats voor de eenvoud van drums & trombone. Weer over naar de trioformule, voor een aanvankelijk langoureus thema dat stelselmatig in crescendo opgespiced werd door de drummer en waarbij de trombones alle kracht uit de longen kanaliseerden en het compleet ingepakte en begeesterde publiek alle hoeken van deze historische hoevetuin liet zien en leidde naar een catharsis waarin de drum verschroeiend tekeer gingen …

Hierna ging het trio op de tonen van de, alweer heel subtiele keys, loos met simultaan klinkende trombones die in onderlinge muzikale wisseldialoog traden binnen een harmonieus thema , je kon de instemming van artiest(en) en publiek hiermee bijna tastbaar voelen, de crescendo steeg tropischerwijze en ontaarde in de finale van de eerste set in iets wilder, zeer intens, maar nog steeds stemmig klinkend, met zichtbaar collectieve goedkeuring van de guitig knikkebollende aanwezigen hun verwende oorschelpen in en rond de door van Van Buurens in 1974 vakkundige gerestaureerde villa des roses, La Ferme Rose in het toch ietwat mondaine Ukkel.

De set werd in duo afgesloten door de constant bevallige Alice Riberolles-Rivière die haar trombone beroerde als een sappig kabbelend riviertje (sic). Dan was er even tijd voor een versnapering of – beter nog – een fris roséwijntje ! Set twee stootte krachtig uit de startblokken met de wall of sound vol van brio en panache van maar liefst 4 stuwende trombones, waarbij prijsbeest Timothé Le Maire, een urban solo, digne d’un bon bourgmestre ten berde bracht, quoi. Hierna zette het gezelschap zich in tegengestelde slagorde, voor een stuk uitgevoerd in trioformule dat heel filmisch, à la Truffaut begon met funky bastonen op die duivelse piano van Mathieu “wonderman” Calzan.  

Deze exquise compositie bleef overeind staan als – ahum - een kathedraal in het malse groene gras van de Ukkelse hoeveweide. Dit prachtige kader deed je bijna vergeten dat je op amper 10 minuten van de betonnen jungle van het centrum stond en verwerd zo tot een bijna spirituele ervaring en belevenis. Julien-Aymeric Guilloux, bekend van zijn passages op het iconische Printemps de Bourges, had de rijkgeschakeerde sound van zijn lievelingsinstrument mooi gedempt met een sourdine en speelde recht op de man af en liet veellagige tonen ontsnappen aan zijn killer trombone 😉. Het duo dat daarop aansloot, had dan weer iets weg van een spitante conversatie tussen een koppel dat al heel lang samen is en waarbij de stenen des aanstoots en de dogma’s op ondertussen gezapige wijze beargumenteerd werden door mooie motiefjes die een melodieuze lappendeken weefden van wederzijdse replieken op een bedje van frambozen en zwavelzuur, intens doordesemd maar altijd beschaafd bleef dit huzarenstukje voor 4 (vier ! ) trombones (“de nachtmerrie voor elke drummer) getiteld “Perdy’s Tune” heerlijk over de weide galmen terwijl de heren-blaasbalgen vurig loos mochten gaan op de tonen van de immer dansende bas, in een waarachtige Big Band-tromboneconstellatie gevormd door Guillaume Delbarre, Hugo Dudziak, Timothé Le Maire  die behaaglijk snerpend tekeer gingen …

Met hier ingebouwd, weer een glansrol voor jeune Maestro Guillaume Delbarre die in zijn eentje weerwerk mocht bieden aan een zeer urban aandoende sound die culmineerde in ware Doo-Wop en een flinke scheut New Orleans in de afdronk van deze “Bernie’s Tune”,  a 1952 jazz standard. The music was written by Bernie Miller. Dit werd snel opgevolgd door een trombona sonate op een door Mathieu Calzan (die op zijn jeugdige leeftijd zelfs al zelf lesgeeft) gecomponeerd arrangement. Starring Timothé Le Maire in de rol orasilver New Orleans-preacher in een glorieus jazzmoment zoals het klarinetcombo van ene Woody Allen (van wiens hand de zeer aanbevelenswaardig concertfilm “Wild Mens Blues” niet mag ontbreken op het DVD-schap van elke rechtgeaarde jazzfanaat). Pendant toute cette belle soirée Uccloise werden eigenlijk permanent de sterren van de hemel gespeeld en diende elke solospot om het tromboneriviertje van Mademoiselle Alice Riberolles-Rivière, de enige dame aan boord op tijd en stond op unieke wijze consequent te laten schitteren terwijl zich op de achtergrond een subtiel kat-en-muisspelletje afspeelde tussen de machtige Hugo Dudziak in duel met dé Guillaume Delbarre …

Daarna volgde de ultieme apotheose met niet minder dan 7 trombones in aanslag en simultaan in vol ornaat en met deze allesverterende Wall of Sound culmineerde deze energie passie, plein de subtilité in prachtig verstild gestommel : “dat is pas een orkest”, alleen de provençaalse kruiden en de krekels ontbraken nog op het appel. Deze memorabele marathon werd af- en besloten in het kader van de grote romantiek, een langgerekte intrinsiek geniaal tromboneske verklaring van deze zoekende, vakkundig elkaar observerende en intens en subliem dialogerende jonge veulens die flitsend vuurwerk afwisselden met melancholische mijmeringen die vaak door merg en been drongen. Ukkels aangeboden stil gestolde exquise pracht op een bedje van gele rozen, aan het eind van deze bijzonder grillige lente, en aan de vooravond van een zomer die ons langzamerhand beetje bij beetje prijsgeeft wat écht leven nu stilaan ook weer echt betekenen mag en ook zou moeten, voor IEDEREEN VAN DEZE WERELD. Los van rang, klasse of stand …

“Music is da key to common understanding above all physical and mental borders. After all, we all belong together. On this marvellous evening it was in intimate musical Togetherness. De hopelijk ondertussen aan de beterhand zijnde Arno Hintjes zou gewagen van “Putain, putain, c’est si bon d’être Belge (car vrai) Européen !!! Dit was meteen het slot van een werkelijk sprookjesachtig mooie zomeravond in spé waarbij de noten zacht als vers geknede goudgeaderde klei uit de trombonehalzen over ons allen nederdaalde. Oneigen, soms onaards, maar vooral extreem innemend en klassevol aan geluid dat deze groep hypergetalenteerde jonge snaken neerpootte op deze Ukkelse weide, een karakteristiek en bijzonder origineel geluid, zo “eigen” en toch alleen en geheel van henzelf, tedere alchimisten door doorheen een bijzondere lang optreden alleen op zeer persoonlijke en unieke wijze bij de pinken en bij de les bleven.

Sfeer alom, soms uitzinnig en bij momenten welhaast tastbaar sacraal met tonnen soms meditatief mooi uitgepuurde lyriek, gedegen en vakkundig gelooid in het Ambachtschap van de branievolle meute met de voeten in het wollige gras. Deze avond klonk het als van een welhaast verlorengewaande puurheid, hier echter zonder generale repetitie, gewoon los uit de mouwen, los van pols of klassieke vingerzetting. Deze nog prille doch enorm getalenteerde jeugdige superkampioenen, tedere alchimisten, (nog) zonder al teveel last van een al te groot ego, musiceerden er uitzonderlijk gloedvol op los. A wonderful evening it was, met de wilde frisheid van een immer mooi ontluikende bos klaprozen (het zijn er véél dit seizoen) en gestaag lyrisch drijvend op het subtiele hoefgetrappel van drums, in een retestrakke ritmesectie met een immer daverende contrabas in een emotioneel werkelijk lavende eruptie van een groep gelijkgestemde zielen die zich nu al bijna op het toppunt van hun respectievelijke kunnen bevinden. Werkelijk waar van een bijtijds onaards aandoende pracht. Het stil verscholen ineengedoken lokale kunstenaarskoppel maakte gedurende aquarelletjes van prachtig gekleurde pentekeningen met een terecht en ontroerend Cinderella-gehalte. H

et afsluitende werkstuk werd dan ook collectief gebezigd bij wijze van hommage in een waterval van muzikale eerbied voor de grote klassiekers en meesters van weleer, volledig interactief doordrenkt van een wederzijds gevoel van dankbaarheid die dartel als een vlinder over het maaiveld of rakelings over de aanwezigen schreed. In dit geval met een door ons allen instant diep gekoesterde pracht, louter opgebouwd uit diep respect en dankbaarheid voor al dat moois dat – zich vulkaansgewijs – ontbolsterde, ongebreideld op immens overweldigende magistrale wijze aangereikt door deze helden als kwamen ze recht uit Peter Pans universum, nog prille padvinders van hun eigen pad op weg op en langs op een hier volstrekt unieke wijze aangereikt spoor dat heel breed ging. Hier bij wijze van een ongekend erudiete hommage aan het instrument, de trombone. Onwezenlijk origineel gebracht door pure klasbakken en het smaakte eindelijk wéér naar méér als een onmiskenbare Château Pétrus, spelenderwijs op weg naar een zomer die de vorige hopelijk snel doen vergeten zal. Dit was alvast de perfecte aanzet hiertoe !