© Rootsville.eu

Blues Peer
Festival - dag 2
Peer
(04-06-2022)
report & photo credits: Rootsville


info organisatie: Blues Peer

© Rootsville 2022


Een goede nachtrust en een uitgebreid ontbijt doen wonderen en na het schrijven van het verslag van Peer dag 1, toog ik terug richting festival weide, voor een toch wel lange en drukke dag. Het zonnetje was terug van de partij en iedereen had er blijkbaar veel zin.

Vandaag zou het rushen worden tussen de Uptown en de Mississippi Club. That’s the problem als er verschillende podia staan opgesteld. Enfin, ik ging proberen daar het beste van te maken en bij deze bijna tropische temperaturen zou het best lastig kunnen worden.

Gestart werd in de Uptown met ILA. Mij totaal onbekend. Het trio is afkomstig uit Peer en speelde dus een stevige thuismatch. Wie zijn ze? Wel om te beginnen zangeres Ilayda Cicek, bijgestaan door drummer Cas Kinnaer en gitarist Sam Smeets. Onlangs verscheen hun EP “Felt” en de singel ‘Leave me Dry’ wat hen een portie “airplay” bezorgde op de radio.

Ze brengen blijkbaar stevig en potige songs, benieuwd hoeveel blues er daar in verwerkt zit. Het was snel duidelijk dat hier helemaal geen blues in verweven zat, en dat was te denken. Feit is dat ze blijkbaar eeen stevige aanhang bij de jeugd hebben en dat zal de bedoeling geweest zijn van de organisatie om die naar hier te lokken. Voor mij alvast niet thuishorend op een bluesfestival maar eerder iets voor Werchter of de Lokerse feesten bijvoorbeeld. De aanwezige jongelingen genoten van songs als ‘Stand Up’, ‘Blue Eyes’ of Freedom’, maar ik ging eerder mijn dorst lessen.

Over naar het volgend podium met de Stef Paglia Trio. Al zeker en vast geen onbekende deze gitaarmagiër. Zijn grootste kenmerk, is zijn veelzijdigheid gaande van rockende blues naar Chicagoblues en niet vies van een fijne bluesballad. Blues losjes uit de pols in een mengeling van eigen werk en wat covers. Samen met Stef hebben we Geert Schurmans aan de bas en Sven Bloemen aan de drums. Stef en zijn twee companen gaven alvast alweer het beste van zichzelf zo vroeg op de dag. Stevig en goed aan elkaar gesmeed, dat was al een pak leuker als daarnet mijn gedacht.

“Heen en weer en heen en weer” dat zong ook Dr Andes P in zijn plaat “Veerpont”. Maar hier geen Veerpont dus verhuisde ik zelf maar om Dylan Leblanc aan het werk te zien. Deze nog jonge songwriter kreeg bij het uitbrengen van zijn nieuwe plaat al meteen veel lof toegezwaaid van groten als Bruce Spingsteen en Lucinda Williams.

Zijn blinkende nieuwste schijf “Cautionary Tales” bewijst dat hij een groot talent is. Benieuwd of hij hier in Peer zou uitblinken. Hij wordt soms ook de nieuwe Neil Young genoemd, maar voor mij trok zijn stem meer op die van Joost Zweegers van Novastar. Alleszins bracht hij een zeer sterke set met songs als ‘Bang’ , en geloof mij het was er al direct “bang” op, ‘Domino’, ‘Born Again’ of ‘See It In Your Eyes’. Energiek en goed uitgebalanceerd en één van de revelaties van de dag voor mijn part.

Yes, yes, yes...party time in de Mississippi Club want daar zouden de Boogie Beasts de boel op stelten zetten, daar was ik al, van voor de eerste noot, volledig zeker van. Stompende, smerige beats, hypnotiserende slide, huilende mondharmonica en lekker veel fuzz, dat zijn de ingrediënten die Boogie Beast gebruiken om hun potje te koken en van hen één van de meest gevraagde bands van het moment te maken. Live zijn ze niet te kloppen en hun energie is een pak straffer dan die van Duracell. Hou u vast aan uw bretellen and shake your booty baby !!!

Voor wie het nog niet moest weten bestaan de Boogie Beasts uit Jan Jaspers (zang en gitaar), Fabian “The Lord” Bennardo (harmonica), Patrick Louis (zang en gitaar) en Gert Servaes (drums). En zoals te verwachten werd er van de eerste seconde gas gegeven met ‘I Don’t Care’ gevolgd door ‘Get Away’. Ongeloofelijk hoe die mannen zonder veel moeite een publiek weten in te pakken en naar hun hand te zetten. Vier keigoede muzikanten die elkaar perfect weten te vinden. Songs als ‘Howl’, ‘Mad’ of  ‘Like A Snake’ werden de tent ingeslingerd om af te sluiten in schoonheid met ‘A Girle Like You’. Dit was weer Boogie Beasts op zijn best !

Over naar familie, maar dat was het niet, het was over naar Southern Avenue. Dit uitzonderlijk gezelschap komt recht uit Memphis Tennessee. Een stel getalenteerde jonge muzikanten, met prachtig diverse achtergronden, die samen de Southern soul legacy de 21e eeuw binnenbrengen en wat kan een mens daar tegen hebben nietwaar? Een handtekening bij het legendarische STAX-records en een Grammy nomitatie later staan ze nu op Blues Peer om ons hopelijk te trakteren op een optreden om duimen en vingers af te likken.

Deze geweldige band bestaat uit Tierinii Jackson (lead vocals), Ori Naftaly (guitar), Jeremy Powell (keyboards), Tikyra Jackson (drums, vocals), Evan Sarver (bass guitar) of Gage Markey (bass guitar). En of het een knaller was. Wat een power en wat een présence van spring-in-t-veld Tierinni. Die voedt zich waarschijnlijk met dynamiet. Power, show, funk en soul dat kregen we op ons bord en ik genoot met volle teugen met ‘’Be The Love You Want’, ‘Bring Your Sister’ nummers op speed gebracht. Toch even op adem komen met ‘We’re Gonna Make’ it om terug de gas open te trekken bij ‘You Gonna Try’. Sounthern soul op zijn best dat werd afgesloten met ‘Chain Of Fools’. Dit was er eentje om in te kaderen.

Zo’n festival met veel bands is wel redelijk vermoeiend als je een dagje ouder wordt, maar komaan, ik liet het niet aan mijn hart komen en spoedde mij naar één van de artiesten die ik al zeker niet wou missen, met name King Solomon Hicks.

Deze twintiger uit New York speelt al meer dan de helft van zijn nog jonge leven gitaar en heeft zich, door zijn talloze concerten in evenveel genres en clubs, de meest verrassende gitaarstijlen eigen gemaakt. Solomon heeft veel meer dan “iets”. Hij heeft het gewoon allemaal en hij wordt dan ook niet zomaar gezien als de fakkeldrager van de toekomstige generatie bluesmuzikanten. Voor het optreden toch een woordje met de man kunnen wisselen en het is een zeer vriendelijk persoon en een aangenaam mens.

Fijn! Het was zijn eerste keer in België en hij had er zin liet hij mij weten. Wel, ik ook en de man heeft mij niet ontgoocheld. Jonge gitarist en old school spelend, zonder een meterslang bak aan zijn voeten met een rits pedalen, zo hoor ik het graag. ‘Rather Be Blind’ gevolgd door ‘Further Up On The Road’ openden de set. En het was onmiddellijk duidelijk dat Solomon weet waar Abraham de mosterd vandaan haalt. Smooth en gentle gitaarspel, ondertseund door een heel strakke ritmeduo met een bassist die weet wat hij doet. Het was direct genieten. Met ‘Help Me’, ‘Loan me A Dime’ en covers als ‘ Tennessee’, ‘Everyday I Have The Blues’ wist deze talentrijke jongeman, de talrijke aanwezigen voor zich te winnen. Schitterend !

Nog 5 bands te gaan vandaag en de eerste ervan is de Guy Swinnen Band. De man achter The Scabs schrijft al meer dan 40 jaar Belpop geschiedenis. Rock op z’n Belgisch samen met David Piedfort, Bart Bulls en Marcus Weymaere. Benieuwd hoeveel blues Guy en zijn gasten aan de man gigen brengen. Zoals te verwachte was zat de tent tot ver erbuiten tsjokkevol voor de Belgsische rocklegende. Klasse apart deze Guy Swinnen en dat kan ook gezegd van zijn muzikanten en dat telt zeker voor gitaarwizzard David Piedfort.

Toon werd gezet toen ‘Don’t You Know’ door de luidsprekers schalde gevolgd door ‘The Wrong Girl’. Swinnen’s grote klasse kwam onmiddellijk bovendrijven. Met ‘I Think It Was Me’ kregen we een nummertje uit de nieuwe cd ‘Rock Ain’t Dead’ dat in oktober zou moeten uitkomen. Niet vies van een covertje onze Guy en hij serveerde een prachtige versie van John Hiatt’s ‘Perfectly Good Guitar’. Me like ! Met ‘ No One Can Make It All Alone’ gingen we even de countrytour op om te vervolgen met ‘Senor’ van Bob Dylan. ‘Tiger Eyes’ was er dan weer eentje van de komende schijf en werden de klassiekers als ‘Robbin The Liquor Store’ en ‘I Need You’ op het dankbare publiek afgevuurd. Zoals ze zeggen klasse komt altijd bovendrijven en dat was hier zeker en vast het geval.

Andere koek met de volgende gast, een ouwe rot in het vak en dan heb ik het hier over Robert Finley. De dingen kunnen soms op z’n zachtst gezegd raar lopen in een mensenleven. Neem nu Robert Finley: hij zit al van z’n elfde in de muziek, leerde gitaarspelen, werd vaste gitarist in de band van het Amerikaanse leger, maar werd stilaan blind en moest langs de straten gaan busken om niet om te komen van honger. De mensen van de Music Maker Relief Foundation kwamen hem op het spoor en hielpen hem aan optredens en uiteindelijk zelfs aan een eerste platencontract. Dankzij Dan Auerbach van The Black Keys kwam er een serieuze injectie in het verhaal van Robert. Het ging alsmaar sneller en met zijn laatste plaat ‘Sharecropper’s Son’ leverde hij een pareltje af. Wat een schitterende plaat die niemand onberoerd laat. Zijn muziek komt recht uit het hart en weet iedereen diep te beroeren.

En dat heeft hij hier ook gedaan. “La grande classe” zouden onze Franse vrienden zeggen. Robert zingt, verzorgt de show en boeit het publiek. ‘I Just Wanna Tell’ en ‘Sharecropper’s Son’ waren de begintunes van zijn optreden met zijn dochter Christy aan zijn zijde. Ze verzorgde de backings en nam tijd om haar vader’s zweet op te drogen en hem van water te voorzien. Robert maakte het leuk met zijn fijne verhaaltjes tussen de songs maar legde steeds de nadruk op de muziek met onder andere ‘Age Don’t mean A Thing’ en ‘I Can feel Your Pain’ dat hij bracht met een hoog falsetstemmetje, dat was trouwens ook het geval met ‘Holy Wine’. Hierna bedankte hij zijn dochter voor de goede zorgen en kreeg zij de plaats op de voorgrond voor een knappe mix van ‘I’d Rather Go Blind’ dat naadloos overging in ‘Loving Whiskey’. ‘Medicine Woman’ en ‘Make Me Feel Allright’ brachten ons naar het einde van dit schitterend optreden. Voor mij “HET” hoogtepunt van de dag. Bedankt mr Finley !!

Met The Sore Losers stond een rockband, getrokken uit de Limburgse grond geprogrammeerd. Ok, het zijn Limburgers en ze zullen wel een fanbase hebben en ja, er waren mensen voor gekomen en veel zelfs als ik het zo zag, maar sorry mannen, dit hoort niet thuis op een bluesfestival maar op Rock Werchter of Pukkelpop. Ik liet de band, bestaande uit Jan Straetemans (zang en gitaar), Cedric Maes (gitaar), Kevin Maenen (bas) en Alessio Di Turi (drums) , dan ook aan mij voorbijgaan. I’m very sorry, maar ook Onze Lieve Heer heeft ooit eens gezegd: “Laat deze beker aan mij voorbij gaan”. “I’m too old for this”

Andere koek was het dan weer met de volgende bluesgrootheid en ik noem hier Cedric Burnside! Een aantal weken geleden had ik de man een fenomenaal concert weten geven in De Centrale in Gent en ik hoopte stiekem dat hij dat hier in Peer zou overdoen.

Cedric Burnside, een naam die klinkt als een klok in de blueswereld, al was het maar dat hij de kleinzoon is van de befaamde R.L. Burnside en de zoon van Calvin Jackson, drummer bij diezelfde R.L. Een must dus voor de fans van Hill Country-blues, en laat mij nou wel een geweldige fan zijn van dit genre, dat recht uit de buik komt.

Cedric is bezig aan een lange tournée door Europa en doet nu ook Blues Peer aan. Cedric's muziek is echter veel meer dan een heropleving van het verleden. Hij heeft de gave om de sound van het verleden te verpakken in een eigentijds jasje. Voor deze uiterst succesvolle vertolking van de Hill Country-blues werd Cedric Burnside reeds twee maal genomineerd voor een prestigeuze Grammy Award en won hij dit jaar deze Grammy voor zijn geweldig album “I Be Trying”, welke werd opgenomen in de huisstudio van Al Green.

Bij deze wordt hij op drums bijgestaan door “unk” Artemas Lesueur. Hij begon met een drietal akoestische nummers waaronder ‘World can Be So Cold’ en ‘Hard To Stay Cool’ waarna er overgeschakeld werd op het elektrische werk en Artemas hem kwam vervoegen. Songs in de trent van ‘Pretty Sillt Baby’ of Kimbrough’s ‘Keep You Hands Of Her’ konden de vlam niet in de pan doen slaan. Zelf had ik er ook meer van verwacht gezien zijn schitterende prestatie in De Centrale in Gent enkele weken geleden, maar ik denk dat de lange tournée zowaar zijn tol begint te eisen. Goed maar ....

Ondertussen waren we aan de laatste band van de dag en daar was ik niet kwaad voor. Zeer vermoeiden om van her naar hot te hotsen. Met 10 CC kregen we een grootheid uit mijn tienerjaren voorgeschoteld. Of dit thuishoort op een bluesfestival is dan weer een andere vraag. Pas op, ik heb deze band altijd al graag gehoord want ze zijn zeer professioneel en de muziek is door iedereen gekend, maar toch... Feit is, het is een publiekstrekker en dat zag je aan de volle tent.

Natuurlijk, ze zijn bezig aan een grote tournée naar aanleiding van hun 50-jarig bestaan en ze hebben met de jaren een resem superhits aan elkaar genaaid. Niets anders dan te zeggen dat het toppers zijn natuurlijk, daar valt niet over te redetwisten. Je kan je er aan verwachten drummer Paul Burgess, gitarist Andy Park, toetsenist Keith Hayman, bassist Iain Horna en leadzanger Graham Gouldman hun grootste hits zullen brengen.  En de menen kregen waar voor hun geld met om te beginnen ‘The Wall Street Shuffel’ wat al direct leidde tot massaal meegebrul. Vervolgens ‘Art For Art’s Sake’, ‘Life Is A Minestrone’ en ‘Good Morning Judge’. Alle registers werden opengetrokken en de mannen bewezen hun overduidelijke muzikale klasse. De lijst gespeelde klassiekers is eindeloos lang, dat moet ik u niet zeggen: ‘Dreadlock Holiday’, ‘The Things We Do For Love’, Rubber Bullet’ enz...enz... .

Voor mij was het echter welletjes geweest en ik voelde dat ik dringend horizontaal moest gaan liggen. Op weg naar den B&B voor een warme douche en dan tussen de lakens richting dromenland.
Heel fijne dag vandaag waar ik van genoten heb, met als hoogtepunten Dylan Leblanc, Southern Avenue maar op de eerste plaat Robert Finley. Op naar zondag en hopen dat het even goed wordt. En nu, ogen dicht en snaveltjes toe...