PAJOTBLUES 2007 - 10 YEARS
Galmaarden - august 31 - September 01, 2007

Website: PAJOTBLUES

vrijdag, 31 augustus

Ik kon er door omstandigheden niet zijn op de kick-off. Maar uit goede en betrouwbare bron heb ik vernomen dat het een voltreffer was. Het betrouwbare karakter van mijn bron, heb ik met eigen oren en ogen kunnen vaststellen, omdat de Nederlandse BugabooTang die het festival in gang stampte, ook zaterdag nog van de partij waren op het kleine podium, om tijdens de pauzes het volk te vermaken.
En dat was niet niks. Over dus naar zaterdag…

zaterdag, 1 september

Het Baljuwhuis ligt in het absolute centrum van Galmaarden, onder zijn kerktoren. De bedoeling is dus om gans Galmaarden te laten meegenieten. In dit gerestaureerde middeleeuwse huis van gerechtigheid (de baljuw ofte sheriff in ’t Angel-Saksisch, was zowel politiecommisaris als onderzoeksrechter !?!?) voltrok zich het tiende bluesfestival van het Pajottenland. Op de binnenkoer, maar deze is meer dan ruim genoeg en bood dus voldoende bewegingsvrijheid aan iedereen.

JILL HILLEGER (B)

 

 

 

 

 

Opener van deze zaterdag was The Jill Hilleger Band. Deze band, die verrezen is uit de as van Swing Bee, zette  op dit vroege uurtje reeds een aardig potje swing op. Niet in het minst door toedoen van de blanke soulstem van de sexy, verleidelijke Jill. Maar ook Willy, de gitarist wist zich te manifesteren met mooie terzake doende en afgemeten solo’s van de ‘minder is meer’ filosofie. De betere nummers opsommen is onbegonnen werk, want alle waren ze degelijk bewerkt en gebracht. En als ik er dan toch enkele moet vernoemen, wil dat graag “24 hours a Day” zijn van de CD van Swing Bee, als ik me niet vergis. Ook “Mama Told Me Not To Come” van Randy Newman, maar waarvan de eeuwigheidsversie door Three Dog Night werd geclaimd, kreeg hier een noemenswaardige interpretatie. Na een uurtje swing en fifties R&B moest er noodzakelijkerwijs een einde komen. Dat kregen we in de vorm van een méér dan suggestief “I Wanna Be Your Blues Lover”. OK Let’s go.

BUGABOO TANG (NL)

 

 

 

 

 

Tijdens de backline-wissels op het grote podium was voor BugabooTang de taak weggelegd om het publiek te vermaken in de verbruikstent. Het is nu éénmaal niet eenvoudig om de aandacht te vangen van mensen die tussen twee acts door een pintje willen kopen. Maar deze ruige rockers speelden dat klaar zonder enige moeite. Een etiketje kleven op deze kerels is onbegonnen werk. Hun werk breidt zich uit over een gamma van verschillende stijlen, rockabilly, swing, rock’n’roll, blues, sixties rhythm & blues, geen loze covers, maar stuk voor stuk omgebouwd tot een BugabooTang-thing, zoals we dat ook al van The Paladins gewoon waren. Van “Caldonia” van Louis Jordan  tot “Misirlou“ van Dick Dale kregen we opgelepeld, en alles ging erin zoals Duvel. Acht keer moesten Roger, Pleun, Jaakkoo en Geert sets van telkens een kleine tien nummers opvoeren. Dat geeft je een idee van hun repertorium. En dan nog beperkten ze zich tot wat de mensen hier graag hoorden, aldus Roger. Ik ben zeker dat we van deze jongens nog vaak zullen horen hier te lande in de toekomst. Links en rechts heb ik al van enkele boekingen gehoord.

THE NIMMO BROTHERS (SCOT)

 

 

 

 

 

Voor de derde keer reeds op Pajotblues en dus bijna een thuismatch voor de tweede groep op de mainstage: The Nimmo Brothers. Ze moeten zowaar graag gezien zijn in Pajottenland, want heel wat volk was gekomen om hen te zien. De twee broers, Stevie en Alan, nog steeds bijgestaan door Matt Beable en Dave Raeburn op bass en drums, kunnen zich terecht de voortzetting van die typische Britse blues noemen, die ergens midden zeventiger jaren verdween. Gelijkenissen met bands als The Free of Frankie Miller Band zijn er genoeg. Ze speelden hier in Galmaarden heel wat nummers van hun nieuwe CD, die er best mag wezen. Ook weer in zeventig zou men dit de betere gitaarrockband genoemd hebben. Van een dergelijk niveau kon Status Quo alleen maar dromen...Nat. Het geheel van hun sound is vrij hard en komt soms heel dicht in de buurt van gitaargeweld, maar is dan toch weer net iets te subtiel om als dusdanig afgeschreven te worden. Zo zijn er de wondermooie pareltjes “It’s Not About You” en “All Because of You”. “Bring It on Home” heeft een drive in zich die je onwillekeurig laat headbangen, ook al is je haar te kort. “Gotta Slow Down” is dan weer een eenvoudige doch prachtcompositie over broederliefde. De Les Pauls en Pressen scheuren dan wel regelmatig , maar toch blijft het allemaal zeer verteerbaar. En onderhand weet iedereen wel hoe ik sta tegenover zinloos gitaargeweld, dus…Ook de lyrics van de beide broers hebben meer te vertellen dan doorgaans het geval is. Kortom, ik heb ervan genoten van deze symphatieke  Schotten.

FABRICE EURLY (F)

Rare vogel die Fabrice Eulry, de Franse inzending voor het Pajotblues gebeuren. Ook deze man doet men tekort als men hem louter boogie-woogie pianist zou noemen. Hij is net zo bedreven in ragtime als klassieke piano, en is daar bovenop nog een volleerd stand-up comedian. Hij lanceerde klassieke stukken de zaal in, gespeeld op Jerry Lee Lewis’ wijze, dus met de voeten. Met een percussie presentatie, beginnende op zijn piano trok hij bijna de hele zaal rond, daarbij op alles kloppend dat genoeg geluid voort bracht. En gekke bekken trekken is hem ook niet vreemd. Te gek eigenlijk om te kunnen vertellen, je moet het zien. Eindigen deed hij met CCR’s “Proud Mary” doorspekt met fragmenten van de “Sabre Dance” van Katchatourian, of dacht je dat het Dave Edmunds was. Leuk intermezzo.

 

 

G.T. MOORE & THE GOLDMASTER ALL STARS (UK)

 

 

 

 

 

De volgende hier in Galmaarden was zo mogelijk nog gekker dan de Franse pianist. G.T.Moore vergastte ons eerst solo op een aantal bluesklassiekers, die hij fingerpickte op zijn blauwe strat. Alleen dat al, die blauwe strat bedoel ik, is zeer bijzonder. Ga maar eens op zoek naar een tweede blauwe strat in Blueswereld. Die ga je niet vinden. Witte..ja, en zwarte, sunburst, oude verkleurde biljartbal geel en rood, met tigerstripes en zelfs een Lieveheersbeestjesmotief, maar een blauwe ? Nahh…Never. Maar G.T. loopt dus niet mee met mainstream. En ook zijn interpretaties van de standaards zijn merkwaardig. “Confession the Blues” kreeg zo’n offshore-behandeling waar Little Walter van zou staan kijken. Daarna riep hij de band op het podium.Waar hij in eerste instantie gepland was met onze Belgische Das Pop als backing, ook al bijzonder, werden deze, wegens andere verplichtingen, vervangen door The Goldmaster Allstars. Als mieren kwamen ze van alle kanten de bühne opzwermen. Veertien man !!! Wie gaat dat betalen. Dit was geen band maar een collectief. Een commune. Net als G.T. uit de U.K. En aan de looks en outfits te zien, zouden we het volgende uur op Jamaïca vertoeven. Het intronummer was een instrumentale ska, zeer puik geblazen door de sectie met die naam, trompet en sax, en ritmisch prachtig in toom gehouden door de rasta-populatie op percussieve gitaren, electrische stand-up bass en een klasje percussionisten plus een piepjonge drummer. Daarna kregen we een drietal nummers van de hand van en gezongen door Charly T., een jongen van vijftien, ruw geschat. Nog wat onzeker, maar toch goed gezongen, en aangevuurd door zijn vader, die net voor mij stond. Aanstekelijke ska nog steeds. Na deze jongen kregen de rasta-kapsels de overhand en kregen we pure, onvervalste reggae, straight from Trenchtown en waarbij je onwillekeurig ganja gaat ruiken, of er nu wel dan niet gerookt wordt. Het percussieklasje zat er zeer kalm en zelfs ongeïnteresseerd bij, zodat het mij een raadsel bleef dat zij het ritme niet kwijtraakten. Nu is reggae niet direct mijn dada, maar ik moet toegeven dat hier een mooi stukje werd gespeeld, door allemaal blanken weliswaar, maar waarvan er enkelen tot op het bot doordrenkt waren van de spirit van Marley. En ook een hele prestatie was het om een dergelijke veertienkoppige bemanning in kadans te houden. G.T. had er een vaste hand in. Jah nog aan toe !

Hierna werden de organisatoren van Pajotblues in de bloemetjes gezet, of liever in een nieuwe T-shirt gestoken. Dit ter ere van de tiende editie. Daan, de frontman van de Bluescrowns deed dit met zoveel overtuiging, dat je zou gaan vergeten dat hij in de eerste plaats muzikant is. Zowat het voltallige bestuur moest het podium beklimmen om een T-shirt en een fles champagne in ontvangst te nemen. Patje de promo-man, de kapper-barman, Marc Meul, el presidente en alle anderen lieten de champagne vloeien, en iedereen die een glas of beker kon bemachtigen, kon meedrinken. Gelukkig was de boodschap hier dat er na tien jaar nog ijverig zou worden doorgewerkt. Hop naar editie elf. Maar…zover was het nog niet.

LIZ MANDVILLE (US) & THE BLUESCROWNS (NL)

 

 

 

 

 

The Bluescrowns hadden het pad al geëffend met een stevige intro voor de bluesshoutster van de avond, Liz Mandeville. Ze zag er een beetje vermoeid uit, aan de start, en al bij het tweede nummer vroeg ze het publiek om mee te zingen. Maar gaandeweg kwam het vuur erin, en tegen de tijd dat ze haar gitaar omhing, had de roodharige de zaal op temperatuur gebracht. “Belly Rubin” waarin ze ook mooie gitaarzinnetjes neerzette, “Someday You’ll Win” met de “Boom, Boom, Boom”-rif, de prachtige ballad “Back in Love Again” als uitschieters midden al dat fraais. Niet voor niets zijn deze nummers ook down te loaden op haar site, ter kennismaking met haar drie CD’s. Van een staalkaart gesproken. Grote madam met haar één meter zestig. En een roste dan nog. Blues ignores race and gender.

THE JUKE JOINTS (NL)

 

 

 

 

 

The Juke Joints mochten een staartje breien aan het Pajotblues-verhaal. Niet zozeer omdat ze de besten zouden zijn, dan wel om het volk te amuseren en te entertainen. Want party-beesten zijn ze en een afterparty kunnen ze ook lang aan de waggel houden. Dat is hun grootste verdienste en daarom een reverence richting bestuur Pajotblues, met de Juke Joints moet je eindigen, niet beginnen. Aan het begin van een festival of bluesavond gaan ze de mist in. Zij spelen geen luistermuziek. Als Peter Kempe, Sonnyboy, Boogie Mike en Peter van wal steken dient er gerockt te worden. Helemaal de Rory Galagher filosofie achterna. En als iedere zichzelf respecterende voetbalploeg, trekken ze een toerbus supporters in hun kielzog mee. En supporters, laat ze nou van PSV zijn of van de Juke Joints, lusten wel een natje. Op die manier ging de party nog een eindje door. Helaas kon ik niet tot het bittere eind blijven en dat vanwege een andere bittere realiteit: “Maarge waarke”.

Pajotblues 10de editie. Alweer een geslaagd festival. Dit kleine landje is blijkbaar vergeven van de goeie festivals. Ofschoon dit mij bergen werk (?!?) bezorgt, ben ik er toch blij mee. Want als er dan toch festivals zijn, kunnen het net zo goed geslaagde zijn. Dat schrijft makkelijker en ’t is ook leuker. Bedankt Marc, Patje, ..allez de ganse Pajotse bende en Philippe van Zottegem, salut, tot de volgende.

...

Review: witteMVS
Photo's: Freddy B
BACK TO REVIEWS