THE ORIGINAL SNAKEBOY (US) Beau de l'air Hamme - may 18, 2007

Amper uitgeslapen en bekomen van de pelgrimage naar Delirium Handzame, stonden we ruimschoots op tijd in café Beau de l’Air, alwaar de bottleneckspecialist, The Original Snakeboy, ons zat op te wachten. Een organisatie van ‘Blues Oan Daa Stoazze’, ons allen welbekend van het gelijknamige bluesfestivallet begin augustus, en die zich blijkbaar aan het focussen is op de accoustische scene, getuige de laatste drie acts, Guy Davis, Roland Tchakounté en Terry Garland. Tenminste voor wat betreft de cluboptredens. Een lovenswaardig initiatief, want men kan niet onder stoelen of banken steken dat accoustische blues te lande een underdog blijft, en enkel goed bevonden wordt om festivals te openen op een uur dat elke festivalganger nog in z’n tent ligt te vercomposteren. Bobtje Blues bracht de ‘originele’ mee naar Hamme. Snakeboy, ware naam niet achterhaald, is een rustige kerel die vele jaren geleden reeds elke vorm van ongezonde stress heeft afgezworen. Dat wordt ook weerspiegeld in zijn muziek. In menig opzicht doet hij mij denken aan Deroll Adams zaliger, dezelfde ‘niets moet, alles kan’-ingesteldheid en een layd back manier van spelen.
Ik kan me niet herinneren met welk nummer hij opende, en mijn notitie is onleesbaar want te cryptisch genoteerd, maar als tweede nummer bracht hij ons “Baby, Please Don’t Go” van Big Joe in een kompleet eigen verbottleneckte versie. Een resem homages aan de ‘ouden’ volgde, “Come On in My Kitchen”, “If I Had Possession over Judgement Day”, “Stones in My Passway” van Robert Johnson. Verder nummers van Son House, Skip James, Muddy Waters. Snakeboy heeft een percussieve speelstijl, zeer nuttig wanneer men er alleen voorstaat. De invloeden van grootmeester-resonatortovenaar Bob Brozman kan hij niet loochenen. Vooral in “Spooky Lou” van hemzelf en het door Steve James geïnspireerde “Steve James' Loves Shortnin’ Bread” ,ook van zijn hand, is dit duidelijk hoorbaar. Helemaal met stijgende flageoletten en al. Met “Key to the Highway” sloot hij de derde en laatste set af, maar moest nog eens terugkomen voor een encore met Willie Dixon’s “Backdoor Man”. Een prachtig sereen concertje daar in de smaakvol juke-jointachtig ingerichte Beau de l’Air.
Zoals altijd na een dergelijk concert, nam ik, eenmaal thuisgekomen, mijn National ter hand en na een halfuurtje tokkelen en sliden, besliste ik voor mezelf nog even te wachten alvorens de podia te beklimmen. Maar als het kerels zoals Snakeboy en Catfish Keith en Terry Garland blijft regenen, zal ik genoodzaakt zijn te blijven schuilen in mijn stulp.

Review: witteMVS
Photo's: Freddy B